Atleet in de kijker: De Brutal Extreme Triatlon van bedrijfsleider Bart Vuylsteke

Llianberries – Wales: The Brutal Extreme Triatlon

Pre Race Prep

Het is al een hele tijd geleden dat ik nog eens een verslag gemaakt heb van mijn triatlon avonturen. Dit jaar lag de focus vooral op het afvinken van de lijstjes. Het jaar begon met de Epic 300km die heel vlot ging, daarna de Trinatura La Roche waar ik ferm onder de indruk was van deze zware formule die niet moest onderdoen voor een Ironman. De eerste volledige triatlon dit jaar deed ik in Hever Castle, een heel mooie setting, vriendelijke organisatie en een podium plaats in mijn age group was het resultaat in deze wedstrijd die ik iedereen aanraad.

 

Dé topper dit jaar was echter de Brutal Extreme Triatlon in Llanberis-Wales. De naam zegt het zelf, deze wedstrijd is eigenlijk alleen maar geschikt voor deelnemers met een hoek af. Vier kilometer zwemmen in water van 16 graden, gevolgd door 188 km fietsen in het ruwe landschap van Snowdonia met vervolgens 3 rondes van 8.5 km trailrun rond het meer. Als toetje de Snowdon beklimmen tot 1085m hoogte en terug. Deze wedstrijd bestond ook in een halve vorm, maar voor degene waar geen hoek meer aan te vinden is ook in dubbele formule… Lang heb ik ervan gedroomd om ooit eens deze dubbele wedstrijd te doen, maar tijdens mijn wedstrijd is toch wel gebleken dat dit echt wel gekkenwerk is.

The Race

Woensdagavond kwamen we aan na een lange auto rit doorheen een met wegenwerken bezaaid Groot Brittannië, we checkten in bij het idyllische Victoria Snowdon – waar de tijd bleef stille staan en de dieren nog konden praten. Virginie en ik waren onder de indruk van de prachtige omgeving, de bergen, watervallen en de vele schapen. Een prachtige setting om eens mentaal tot het gaatje te gaan. 

De organisatie van de wedstrijd was eerder los amateuristisch te noemen…’Waar zet ik mijn fiets ?’Waar je plaats vindt.- ‘Waar worden de transitie zakken geplaatst?’Welke zakken? Zet je tas maar …… waar je plaats vindt.

De wisselzone was één grote tent die bevolkt werd met de halve en volledige triatleten. Een aparte tent was er voor de dubbele zotten, maar al bij al was er ergens een systeem in te vinden. Goed, zaterdagmorgen om 6h50 werden alle atleten (het was een gezamenlijke start) uitgenodigd het koude water in te duiken. Dat van dat koude water klopte, het duurde toch een minuut of vijf eer ik er wat aan gewend was En toen werd er afgeteld en mochten we beschikken.

Ik vertrok naar mijn doen rustig in een normaal tempo maar zag dat ik hiermee al dicht bij de kop van de wedstrijd zat. Welke wedstrijd het was wist ik niet, maar ik kon vlot profiteren om in de voeten te zwemmen in een tempo dat ik makkelijk aankon. Er waren 4 rondes te zwemmen en de tweede ronde moesten we uit het water om te laten zien dat we niet onderkoeld waren. Na de Australian exit  die benaming vloekte toch wel wat met de temperatuur, terug het water in en ik zag tot mijn verbazing dat er zich nog één atleet voor mij bevond, een tussenspurtje naar de voeten en mooi laten meedrijven. Na het zwemmen mochten we door een schaapsweide die vergeven was van de bruine hoopjes naar de wisselzone toe, fietskledij aan en hopla op de fiets om de 4 rondes van 45 km aan te vatten.

Vanaf het eerste moment op de fiets begon het te miezeren, daarna te regenen en vervolgens te gieten. Eindelijk eens de omstandigheden die ik wilde, na al die wedstrijden gedaan te hebben in tropische omstandigheden vond ik hier de setting waar ik echt van hou. De eerste beklimming in LLanrug was er al direct één die naar adem deed happen, 2km aan 4,4 % met pieken aan 8 %, daarna was de weg glooiend op en neer waar je de snelheid er moest trachten in te houden. De langste en zwaarste beklimming was echter deze naar de Penny-Pas, 6km aan 4,7 % met pieken van 12%…. gezellig, één ronde had een totaal van 756 hoogtemeter. De eerste afdaling van de Penny-Pas gebeurde in de lichte hagel die je pijnlijk kon noemen.

De eerste en tweede ronde haalde ik veel tragere deelnemers in van de halve triatlon  zelf word ik 4x voorbij gevlamd, aanpikken is geen optie. Aan het begin van de tweede ronde kwamen er enkele wollige superfans op de weg gelopen waarvoor ik toch even in de remmen moest. Die derde ronde was een harde noot om te kraken, ik kom praktisch geen deelnemers meer tegen, een soort van alleen op de wereld gevoel overvalt me en ieder oplopend stuk begint een berg te worden, de langste beklimming begint een calvarietocht van verwensingen te worden. Gelukkig kon ik iedere ronde eventjes stoppen aan het hoofdkwartier met de bevoorrading, waar Virginie er was om moed in te spreken en me te voorzien van een hapje en een drankje. De vierde en laatste ronde raapte ik atleten op uit mijn wedstrijd die aan hun respectievelijke tweede of derde ronde bezig waren. Even een kort klapke gedaan om mezelf en hen wat op te monteren en voor ik het wist, was ik boven op de laatste beklimming. Oef eindelijk, we konden gaan lopen…

Binnengekomen in de wisselzone nam ik ruim de tijd om mij om te kleden en af te drogen want ik was volledig doorweekt van regen en zweet. Het was opgehouden met regenen maar de wind was ferm gaan opsteken en de temperatuur gevoelig gedaald. De looptenue aan en hup met de beentjes in lichte tred op weg naar wat de organisatie aangekondigd had als een lichte trail, weliswaar met 170 hoogtemeters per ronde, die vooral vervat zaten in 1 lange klim. En die klim heb ik gevoeld, wees daar maar zeker van. Lopen lukte perfect tot die klim, toen was het stappen,  daarna een afdaling door het bos en over een trailpad over boomwortels en stenen langs de waterval, beetje klimmen, beetje dalen, van links naar rechts. Mooi was het zeker, zelfs idyllisch te noemen maar aan het begin van de derde – en wat ik toen nog als laatste ronde beschouwde – leek het mij eerder een martelweg te worden, ik had nog enkel het kruis tekort.

Eindelijk zat de derde ronde erop en mocht ik naar de medische keuring om Snowdon Mountain aan te vallen. Maar wat bleek: Mountain Closed due to bad weather… eerlijk ik had de bui al voelen hangen. De ganse omgeving baadde in mist, de bergtoppen waren niet meer te zien en het weer verslechterde zienderogen. Het was helaas een terechte beslissing. Nog nooit in gans mijn triatlon carrière ben ik zo dicht bij de opgave geweest. Samen met Virginie ben ik mij eventjes in de tent gaan zetten om te bekomen en iets te eten want mijn maag vond er ook al niets meer aan. Dan toch beslist om door te gaan en hier heeft mijn trouwste supporter mij erdoor gesleurd. Het eerste deel kon Virginie nog meefietsen en dit was toch al een mooi stuk dat erop zat en mentaal zat ik weeral boven de 0 graden. De vierde ronde kon ik al bij al dan toch redelijk goed volmaken al begon het al goed te donkeren. De vijfde ronde was met het Petzl lichtje op het hoofd want je zag haast niets voor de ogen. Zelfs zo donker dat ik 400m de berg te ver was opgelopen omdat ik een afslag gemist had. Ik was er ook nog maar 4 maal gepasseerd… Met andere woorden…ik zat niet meer al te frisDe trail door het donkere bos verliep vrij goed, maar 100% op je gemak ben je toch niet.

The Finish

Eindelijk mocht ik de laatste rechte lijn oplopen en stonden de supporters rijen dik om me over de finish te roepen. Er was muziek, ambiance, sfeer,… You Wish: Er was niks … helemaal niks!! Enkel Virginie die doodongerust stond te wachten en zei dat ze nog nooit zo content was geweest om me terug te zien. Ik mocht een geïmproviseerde finishlijn overschrijden en kreeg toen snel een medaille toegestopt met wat vage congratulations erbij. In de tent heb ik mijzelf eerst efkes moeten leggen en kon ik de aroma’s opsnuiven van een ganse dag zwetende triatleten. Ik was leeg, leger, leegst… Denk niet dat al ooit zo leeg geweest ben na een wedstrijd. Het was op, meer dan op! De kilometer wandelen naar het hotel leken een zesde ronde rond het meer en een douche heeft nog maar weinig zoveel deugd gedaan.

Mijn totaaltijd van deze wedstrijd bedroeg 14h11 min. Hiermee kon ik beslag leggen op de dertiende plaats algemeen. Met deze wedstrijd is mijn lijstje afgewerkt en zal ik eerst eens gaan genieten van welverdiende rust en ga het allemaal eens op mij laten afkomen en zie dan wel wat ik nog uit mijn mouw zal schudden. Er zal wel nog iets zijn dat mij boeit daarvoor is het virus te hardnekkig, maar het zal iets normaler zijnDenk ik

Het is de normaalste zaak geworden om aan het eind van een verslag de trouwe supporters, familie en wederhelft te danken. Bij deze wil ik dat dan al zeker doen, vooral Virginie wiens geduld dit jaar echt wel op de proef gesteld werd, Hever Castle was een wedstrijd in 30 graden, The brutal in regen wind en moeite 11 graden, het kan verkeren Chapeau! De aanloop naar The Brutal was door privé omstandigheden verre van ideaal te noemen maar dankzij Virginie, dichte vrienden en ook ons personeel heb ik mij zo goed en zo kwaad het kon toch wat kunnen voorbereiden en heeft dit exploot ergens wel wat rust gebracht, dank aan allen. 

Tot de volgende,

Bart

Atleet in de kijker: Dieter Moerkerke zet een mooie reeks neer bij de nevenbonden

Mijn broer en ik rijden al een hele poos tijdritten en wedstrijden. Voor de fun, maar wel met het competitiebeestje in ons bloed. We trainen dan ook graag om er het maximum uit te halen, in de mate van het mogelijke met onze fysiek zware job. Reeds een hele tijd werken we daarvoor samen met Matthias van Pulso. De schema’s hebben ervoor gezorgd dat mijn broer en ik al heel wat podia konden halen. Deze winter heb ik echter langer stilgelegen dan oorspronkelijk voorzien. Bij de eerste conditietest van het jaar bij Matthias bleek ook dat de conditie daardoor wel een duwtje kreeg. Anderzijds was ik mentaal geprikkeld om er terug een sterk jaar van te maken na een langere rust, dat was dan weer een voordeel. Ik volgde mijn schema vanaf die dag heel nauwgezet en trainde 3 à 4x per week, niet altijd lang, maar wel altijd gericht volgens mijn zones. Het gezonde evenwicht tussen werk – training – gezin is geen makkelijke opdracht, maar het lukte zeer goed. Bij de tweede test kreeg ik dan ook positief nieuws. Ons focuspunt, de basisuithouding, was een heel stuk verbeterd. Ik was echter nog niet wedstrijdklaar want eens de wattages hoger opliepen in de test kreeg ik het vrij snel moeilijk. Dat werd dan ook de focus van het tweede deel van de voorbereiding op onze wedstrijden.

Naast de trainingsbegeleiding bij Matthias, wilde ik toch ook nog iets scherper komen dan de vorige jaren. Ik ging dan ook informatie inwinnen bij diëtist Tom van Pulso en slaagde erin om met zijn voedingsbegeleiding nog 3 extra kilo’s te vermageren. Hier voel ik me zeer goed bij en het lukt ook makkelijk om nu op dit gewicht te blijven. Ik was dus stilaan klaar om aan de wedstrijdperiode te starten.

Mijn eerste wedstrijd was de parochianenwedstrijd in Wevelgem. Ik reed er meteen een goede wedstrijd met al veel kopwerk en werd er derde. Tof om zo het seizoen te starten! Begin mei heb ik mee gedaan aan een wedstrijd in Heule waar er ook een klimmetje op het programma stond. Ik reed de hele tijd goed mee voorin, deed mijn deel van het kopwerk en haalde opnieuw podium als tweede.

De eerste wedstrijd voor het klassement bij onze bond was in Tielt waar ik mijn broer Bjorn zou helpen. Hij wil namelijk dit jaar het klassement op zak steken. In de tweede ronde kon ik wegrijden met Bjorn en nog derde renner. Ik gaf alles in deze ontsnapping en werd moegestreden derde, bijgevolg ook tweede in het klassement bij de –40 jarigen. Ons plan lukte en Bjorn werd er leider.

Op de ploegentijdrit in Vlamertinge vertrokken we met 4, waarvan er zich eentje echter niet zo goed voelde. Hij ging maar een halve toer mee ook, dus we moesten al snel met 3 verder. Ik ben er volle gas beginnen rijden en moest soms wat inhouden om mijn ploegmakkers niet uit het wiel te rijden.
Ik had namelijk een super gevoel en we werden er tweede op 25 sec. van de winnaar.

Op de individuele tijdrit in Slypskapelle moest er een klimmetje overwonnen worden dat toch serieus in de benen kroop.
Van in het verleden wist ik dat ik daar echter niet bang mag van zijn en startte dan ook volle bak. Een super tijdrit schudde ik uit de benen met als beloning de eerste plaats met een voorsprong van 35 seconden.

Op Moorsele koerse was het opnieuw strijden voor het klassement.
Het was van in het begin alle hens aan dek en in de tweede ronde konden we wegrijden van het peleton met 5 renners. Dit was een goede zaak voor mijn klassement. Ondanks een stram gevoel in de benen heb ik heel de tijd goed kunnen meedraaien. De laatste twee ronden kwamen er wat krampen op maar ik kon het toch vol houden tot het einde. Een iets mindere dag qua gevoel, maar toch een tweede plaats en leider in het klassement bij de -40 jarigen. We zijn nu half juni en ik ben zeer tevreden op de vorm die ik heb op dit moment na een goed uitgekiende voorbereiding. Ik hoop deze voor het tweede deel van 2018 te kunnen behouden om mijn leidersplaats in het klassement met glans te verdedigen.

Dieter.

Atleet in de kijker: Curd Buyck bevestigt vorm voor Transalp Tour

Goede voornemens, niet bij iedereen geraken ze zomaar onder het matje geveegd…

Op 1 januari startte Curd zijn begeleiding bij Pulso-Preventielab voor het rijden van de Transalp Tour die start eind deze week. Een goede voorbereiding is noodzakelijk, gezien deze meerdaagse race 828 km en 17.800 hoogtemeters omvat in 7 dagen. De grote lijnen van de voorbereiding werden uitgestippeld en een fietstest gaf inzicht in de conditie van Curd, waarop verdere trainingszones werden bepaald.

Als full time werkende arbeider is veel trainen en intensief trainen zeker niet altijd makkelijk, maar Curd werkte gemotiveerd en in detail de schema’s af. Gemiddeld fietste hij zo’n 6 tot 13u per week met enkele uitschieters van 17 à 18u om zo dicht mogelijk bij de belasting van de Transalp Tour te komen. Voorlopig werpt het trainingsplan en de inzet van Curd tijdens deze voorbereiding vruchten af, getuigen onderstaande prestaties in de voorbereidingsraces:

  • Cyclo Etalle ( 165km): 9e overall, 2e in leeftijdscategorie
  • Granfondo Schleck (155km): 15e in leeftijdscategorie
  • Les 3 ballons: (210km): 26e overall, 6e in leeftijdscategorie
  • Moorsele koerse: overwinning!

Proficiat dan ook aan Curd met bovenstaande prestaties en heel veel succes op de Transalp Tour!

Atleet in de kijker: Kristof Boonen finisht sterke Milaan – San Remo

Milaan – San Remo 2018 … op en top voorbereid, super gemotiveerd en met ontzettend veel zelfvertrouwen stond ik zondag aan de start! Een ganse voormiddag strijdend in de voorste gelederen van het peloton brachten me over de Torchino met de kopgroep. Een mooie ereplaats, het doel van mijn hele voorbereiding, zat er dus wel degelijk aan te komen. Tot op 250 km het noodlot toesloeg. Een leeglopende tube… Dankzij de hulp van onze fantastische begeleiders kon ik snel van wiel wisselen, maar toch had ik een serieuze inspanning nodig om de kopgroep terug bij te benen.

Net aan de klim van de capo Mele had ik ze te pakken, maar stilaan voelde ik dat ik deze extra inspanning zou bekopen… verzuring en opkomende krampen! Uiteindelijk moest ik dan toch de kopgroep laten rijden en een eigen tempo zoeken. Tot dan had ik een gemiddelde snelheid van 35,3 km/u op de teller staan. Na 45 km zwoegen over de capis, Cipressa en Poggio heb ik de finish bereikt met een gemiddelde snelheid van 33,9 km/u. Op het eerste moment zwaar ontgoocheld door de pech die ik had, maar nu begint tevredenheid de bovenhand te krijgen.

De negen maanden van noeste trainingsarbeid, opofferingen en toewijding hebben me wel in staat gebracht om deze mooie prestatie te leveren waar ik zeker trots op mag zijn. Dit kon ik echter niet doen zonder het begrip, de opofferingen en de vrijheid die ik hiertoe kreeg van mijn vrouwtje. In die periode was zij zoals altijd de allerliefste mama, maar nam ook de rol op zich van de te vaak afwezige papa … DANK JE WEL!

Daarnaast wil ik een speciale dank richten aan Ruben Van der Haeghen, mijn personal coach van het Pulso Preventielab, die me met raad en perfect op maat geleverde trainingsschema’s een beter fietser heeft gemaakt! Je bent een topper Ruben. Last but not least bedank ik al mijn trainingsmakkers en super begeleiders in Milaan, Nico Verbrugghe en David Hoste!

Kristof.

Atleet in de kijker: Wim Lagae verlegt grenzen in langeafstandstriatlon Almere

Luttele seconden overspoelt een koudegolf mijn lichaam, wanneer ik op 9 september 2017 om 7u32 het Weerwater van Almere in duik als een van de 618 deelnemers aan de 35ste Challenge Almere-Amsterdam, het Europees kampioenschap volledige triatlon. Ik popel om een nachtje waken annex rotochtend weg te duwen. Want bovenop het slechter dan voorspelde gure weer, bleek bij de controle van mijn tijdritfiets mijn mobiele bijvuldrinkbus van mijn X-Lab Torpedo Versa 200 gewoon verdwenen. Gestolen! Naast een van mijn marginal gains – veilig en vlug drinken en bijvullen – lag ook mijn te romantische kijk op de triatlonwereld in het water.

Om 7u35 weerklinkt het startschot. Ik bevind me midden de tweede helft van het pak en neem nog de tijd om mijn Garmin in te duwen. De zwemstart verloopt typisch chaotisch: overal zwemmers links en rechts en voor en achter. Hoewel mijn Zoggs Predator Flex zwembrilletje na enkele tientallen meter stevig aangedampt is, blijf ik rustig en veilig doorzwemmen. Dit is mijn 22ste triatlon (sprinttriatlons, kwart triatlons, triatlon 111, drie halve triatlons, …), waarvan slechts driemaal het zwemmen in bad plaatsvond. Sinds mijn eerste triatlon op 1 mei 2015 heb ik dus letterlijk al wat open watertjes doorzwommen en geleidelijk sensoren ontwikkeld om zwemmers nabij te detecteren. Na 400 meter, net voorbij de eerste boei, neem ik de tijd om even in ruglig de damp van mijn zwembril weg te wrijven. Nu zie ik helder afzonderlijke of kleine groepjes zwemmers voor mij. Mijn eerder gevoel dat er veel volk achter mij ligt, wordt aan de tweede boei bevestigd. Ik ben ontspannen en gefocust. Almere, here I come!

Nog opgejaagd door de horrorverhalen van bevroren tenen aan de ontbijttafel, besteed ik extra aandacht aan het agressiever mee bewegen van mijn voeten en tenen. Ik probeer te profiteren in de benen van voorgangers, maar die zwemmen of iets te vlug of meestal te traag. De tijd en meters passeren snel en drie boeien later zetten we langs de kade de tweede zwemronde in. Ik weersta aan de verleiding om halfweg, na 1,9 km zwemmen, mijn tussentijd te checken. Zo neem ik geen risico op een mentaal tikje door een minder dan verwachte tussentijd. Ook tijdens de tweede zwemronde drijf ik efficiënt en ontspannen door het water. Gedreven doorzwemmen is het beste middel om bij slechts 18,5 graden niet af te koelen. Ondertussen worden we ingehaald door de betere zwemmers (met oranje badmuts) van de triatlon halve afstand. Als ongeveer twintigste oranje zwemturbo meen ik Wouter Dhaene te ontwaren, de sympathieke ex-olympische kajakker en een clubgenoot die ik in Almere leerde kennen. Ik fantaseer dat ik hem een kwinkslag toeroep. Mijn moreel staat op zenit, ook omdat de hemel lijkt uit te klaren boven de postmoderne appartementen van Almere. Dit is genieten, niet afzien. Ik pluk nu de vruchten van die ellenlange ochtendlijke zwemtrainingen in augustus (42 zwemkilometers), samen met onze Victor in het Sinbad van Sint-Niklaas.

Voorbij de derde zwemkilometer raken we meer ingesloten door de oranje badmutsen, die driftig hun enige zwemronde willen afronden. Er is nu veel meer golfslag en net zoals tijdens de startmeters zet ik mijn zwemsensoren opnieuw op scherp. In file rond ik mijn prima zwembeurt van 3,8 zwemkilometer af: 1u20’41” (2’07”/100 m). In mijn leeftijdsgroep 50-54 jaar noteer ik de 60ste zwemtijd op 90 deelnemers (454ste/619).

 

 

Wisselkelder

De wissel verloopt chaotisch. Eenmaal op vaste grond blijkt mijn weerinschatting veel te rooskleurig: de gutsende regen voelt ijskoud aan terwijl we enkele honderden meters naar de wisselkelder moeten lopen. Wetsuit losmakend, badmutsen en zwembril afzettend, houd ik aan de toiletten een plasstop, die moeilijk op gang komt. Na de gestolen bijvuldrinkbus ben ik al opgelucht dat aan het onderste kapstokje de juiste rode tas nr. 596 hangt. De tijd tikt terwijl ik wetsuit uittrek, koerstrui, mouwen, windstopper, helm, fietsbril, sokken en rugnummer aantrek en repen en koeken wegstop. Omdat we via een oplopende helling naar de fiets moeten lopen, neem ik schoenen in de hand: geen risico’s op uitglijden of plaatje onder de koersschoen kapot trappen. Nadeel van deze strategie zijn kletsnatte en ijskoude voeten, want het is nog driehonderd meter lopen tot aan mijn fiets. Mijn eerste wissel neemt 10’25” in beslag. Kan Pulso-coach Bart mij eens leren hoe hij zijn wissel in 3’40” klaarspeelt?

 

Niemandsland

Tijdens de eerste vijf smalle aanloopkilometers – gelukkig nog donderdagavond verkend – moet ik toch even acclimatiseren aan de gure neerslag. Gelukkig heb ik drie lagen aangetrokken. Mijn kuitspieren voelen koud en stram aan. Mede door de diepe plassen staat na enkele kilometer triatleet na triatleet een lekke band in de graskant te vervangen, een van mijn persoonlijke nachtmerriescenario’s. In de stressvrije omgeving van mijn man cave heb ik na veel frustraties en lang oefenen eindelijk fluitend leren depanneren, maar ik prevel een schietgebedje opdat de sportgoden mij toch niet vandaag op dit vlak zouden willen tarten.

Via Almere Haven fietsen we langs dijken en kaarsrechte wegen richting Lelystad. Na een heel voorzichtige start met zijwind (slechts 28 km/u gemiddeld in de eerste 10 kilometer) kom ik op dreef. Doelstelling blijft om mijn fietsvetdrempel van 131 hartslag niet te overschrijden om de nodige reserves over te houden voor de marathon.

De combinatie van rugwind, opdrogende wegen en een streepje zon zorgt rond kilometer 45 voor een gemiddelde snelheid van 32 km/u. Aan het keerpunt in Lelystad ligt een MyLaps-mat. Door het contact tussen enkelchip en mat worden de tussentijden live weergegeven via de app en de website.

 

 

Het gepiep is mijn contactmoment met Florian, net op 9 september meerderjarig, die betrokken het thuisfront informeert. Ook vraag ik me telkens af hoe mijn boezemvriend Dominique de evolutie inschat. En het idee dat kennissen uit West-Vlaanderen en het Waasland mij tussendoor traceren werkt erg motiverend. Lang leve de digitalisering!

 

 

Via focus op preventief eten en drinken vliegen de kilometers voorbij. Het handboek long distance triathlon schrijft immers voor om per uur fietsen gedisciplineerd 60 à 80 gram koolhydraten, van vast naar vloeibaar, op te nemen. Volgens coach Bart is het zwemonderdeel enkel het toegangsticket tot het fietsonderdeel, terwijl je tijdens het fietsen op restaurant gaat om gewapend te zijn voor het looponderdeel. En, beste bourgondiërs, wat schafte de pot in de Flevolandse keuken? 3 x 0,75 l High 5 Isotoon Citrus, 50 cl water, 3 PowerBars, 3 Meli honingkoeken, 5 Lucho Dillitos en 2 Sports Control cafeïnegels. Lucho Dillitos? Qué? Kleine, licht verteerbare Mexicaanse sweeties, compact stapelbaar, die 30 gram koolhydraten bevatten. Zonder mijn bijvulsysteem is drinken zoveel tijdrovender. Ik moet een effectieve drankstop inlassen en kom daar ook in de verleiding voor een plasstop aan een toilet van de organisatie – op wildplassen staat een sanctie van uitsluiting. Eer mijn drie lagen uit en aan zijn, zijn weer tientallen seconden voorbij.

 

 

 

Tijdens mijn tweede fietsronde draai ik het gashendel toch een beetje open. Omdat ik het geen prettig vooruitzicht vind om moederziel alleen de autostrade naar Lelystad af te fietsen, moet ik vijftien kilometer naar een mikpunt, altijd veiliger, toe fietsen. De zon breekt door en we kunnen vanaf het keerpunt in Lelystad, km. 135, aftellen tot kilometer 180. Alarm rood vanaf kilometer 165. De samenkoekende donkere wolken veroorzaken hevige regenval en vijf tot zes beaufort stormwind.
Terwijl ik me afvraag of nu Gert Steegmans, dan wel Edward Theuns ooit door een windhoos opgeschept werd, moet ik alle zeilen bijzetten om niet in de graskant van de Gooise Dijk te belanden. Tijdens de stormkilometers geeft mijn Polar nog slechts 23 à 25 km/u aan, nefast voor mijn fietsgemiddelde: het zal nog minstens vijf kilometer duren voor het langverwachte ‘Transition Area’-bord opduikt. De koude regenhagel op mijn kuiten moet het nu afleggen tegen het warme vooruitzicht van de laatste vijf uitrijkilometers. Richting Almere bliksemt het. Het flitst door mijn hoofd dat ik absoluut geen afgelasting van de wedstrijd wil, want ik voel me nog zo fris als een hoentje.

 

Na eindeloze kilometers niemandsland ruik ik de bewoonde wereld en hoor in de verte een speaker en muziek. Nog even genieten van soepele fietsbenen en van de kriebels van ultiem fietsgeluk tijdens de laatste fietskilometer, die naast het loopparcours loopt. Absurd genoeg lijk ik nu even toeschouwer van het looponderdeel van de wedstrijd waar ik zelf aan deelneem. Ik passeer eerst mijn breedgeschouderde coach Bart, die op weg is naar een zilveren Europese medaille in 9u.22m. overall. We wisselen een ‘oe ist’ ‘hoed’ ‘hoed’ uit. Enkele tientallen meters verder steekt hazewind Maarten Seghers een dikke duim op, terwijl hij de ene loper na de andere passeert. Aan de wissel signaleert mijn Garmin dat ik 53 seconden boven de zes uur uitkom op 180 kilometer. In mijn leeftijdsgroep heb ik de 53ste fietstijd op 90 (415/619 deelnemers). Mijn Normalized Power is matig (175), mijn links-rechtsbalans problematisch (43,5%/56,5%) en 38 minuten en danseuse spaart rug en zitvlak, maar remt enorm aerodynamica. In duursport bestaan geen mirakels: je kan nu eenmaal niet super gedoseerd rond de vetdrempel blijven en snel willen fietsen. Ter info: tijdens mijn vijf monstertijdritdeelnames (tijdrit van 122 kilometer in … Almere), met zwakkere fietsduurconditie, bedroeg aan gemiddeld 160-165 HR mijn snelheid gemiddeld 35,5 à 36,3 km/u.

 

 

 

Keep on running

Na 330 meter lopen in de wissel, inclusief fietsstallen en sanitaire stop, haak ik in de vochtige wisselkelder nu de blauwe zak nr. 596 los van het kapstokje. Overal staan of zitten wisselende atleten. Mijn voeten zien grauw en na veel gesukkel trek ik mijn compressie(sokken) en loopgordel aan. Ik stop suikers in mijn extra truitje weg en na een wissel van 10’20” (coach Bart en Maarten klaren deze klus in respectievelijk 2’48” en 2’46” – ook de wisseltalenten blijken niet gelijk verdeeld) zijn we vertrokken voor 6 looprondes van 7 kilometer.

Mijn eerste kilometer haspel ik tussen een enthousiaste menigte af in 6’19”. Joke en Mark, de ouders van Maarten, springen letterlijk een gat in de lucht bij mijn eerste doortocht. Ook aan hen voel ik dat Maarten dé topchrono in zijn carrière aan het realiseren is. Uiteindelijk wordt hij Europees kampioen in de leeftijdsgroep 30-34 jaar met 8u37 en 11de overall (35 pro’s gestart), met de vlugste loopmarathon (2u58) van alle 584 age groupers.

Terug naar de gewone stervelingen: ik werk de volgende vier kilometer af aan 6’30”/km gemiddeld, een bevoorradingsstop – flesjes in de loopgordel met Coca-Cola en water bijvullen – van 30 seconden mee in verrekend. Het weer is nu zonnig, het loopparcours gevarieerd, ambiance alom en de benen blijken nog fris. Marathon lopen, een feest!

Tijdens de zesde kilometer krijg ik acute buikpijn. Oh my god, niet nu. 200 meter later sprint ik naar een ‘Toi Toi’, die gelukkig niet bezet is. Ik moet net niet kokhalzen als ik de deur opensla, maar nood breekt wet. Drie minuten later vervolg ik mijn weg, met een kleiner hartje. Er wordt mij geen tijd gegund om over mijn darmflora te piekeren, want 400 meter verder vliegt een wesp mijn mond binnen en prikt de binnenkant van mijn onderlip. Met een reflex duw ik ze weg vooraleer ze mijn keel kan binnenraken. De afleiding even verder in de aankomstzone is welkom.

Ook de tweede (6’40”/km) en derde loopronde (6’50”/km) gaan relatief vlug voorbij. Ik blijf gefocust op tijdig vaste, vlugge suikers nemen en drink nu alleen nog Coca-Cola. Maag en darmen lijken, net als spieren en gewrichten, goed stand te houden. Ik loop constant in een laag extensieve hartslagzone: 132-135. Het is een vreemd gevoel: ik zie niet echt af, voel me prima (geen hoofdpijn, niet misselijk) maar kan en wil ook niet vlugger lopen. Door de kleinere stapjes die ik zet, doof ik in de vierde (7’20”/km) en vijfde ronde (7’35”/km) langzaam verder uit.

Ik trek me in de aankomstzone enorm op aan de aanmoedigingen van (familie van) Maarten, Bart en EFC ITC’ers. Ook de pa van mijn triatlonaanjager, collega en copain van de lange fietstrainingen Temse-Terneuzen-Temse Jeroen Scheerder (10de in de leeftijdsgroep 40-44 jaar in 9u51) schreeuwt me telkens vooruit: “Volhouden Wim!” Nog meer steun voel ik van het thuisfront. Bij het gepiep op de matten, tweemaal per ronde, weet ik dat Florian mij traceert en Ria informeert. Hoe hard tel ik af tot ik Ria (& Robin) zal kunnen telefoneren en zeggen dat ik veilig en voldaan aangekomen ben? Ook de peptalk-sms van mijn neefje Korneel, enkele uren voor de start, dringt geleidelijk door: “… Al loop je heel traag, zeker niet wandelen want dan is het naar de klxxxx. … Het doet zeer voor iedereen” Terwijl zijn broer Kasper sinds een jaar letterlijk de pannen van het Belgische kwart- en halve triatloncircuit zwemt, fietst en loopt, heeft Korneel de jongste drie jaar uitstekend gepresteerd op de Iron Man Maastricht. Met zijn 9u41 schurkt hij tegen een Iron Man Hawaï-ticket aan. In de lijn van zijn advies loop ik tijdens mijn laatste drie rondes tegen mijn Almere-paradox aan: nog nooit zo traag gelopen tijdens een triatlon en nog nooit zoveel nog tragere triatleten voorbij ‘gelopen’.

De laatste ronde (8’05”/km) sluipt de onverschilligheid binnen. Wellicht te vroeg met suikers gestopt, want sinds kilometer 32 krijg ik alleen nog wat Cola binnen. Ik raak uit the zone. Begon Zulte-Waregem-KvK nu om 20u. of om 20u.30? Zitten Jonathan en Robin klaar voor tv en Victor in het stadion? Zou Florian zijn tenniswedstrijd in Elewijt gewonnen hebben? Raar maar waar, ik voel me prima rond HR 132 maar – klein detail – moet steeds kleinere loopstapjes zetten.

De laatste twee kilometer tel ik noodgedwongen af in stukjes van honderd meter. Mijn slotkilometer van de marathon van Antwerpen, met 5’08”/km toen mijn snelste kilometer, lijkt nu zo ver weg …
Ik finish mijn marathon in 5u04’39”, zeer zwak naar marathonnormen, maar nog treffelijk met een 59ste looptijd op 85 starters aan de marathon in mijn leeftijdsgroep (477/586 startende lopers).

Rond 20u20 mag ik nu eindelijk wel de 180 gradenbocht naar de aankomstbrug aansnijden. 

 

Onder de finishboog van het Europees Kampioenschap Long Distance Triatlon(12u46m.41s”; 54ste/90 age group 50-54 jr.; 444ste/619 overall) voel ik een warme gloed sportgeluk en -opluchting opkomen. Het is me gelukt om buiten mijn comfortzone te treden, zowel qua zelfredzaamheid als vechten tegen de elementen. Ook sportief ruilde ik het vertrouwde kermiskoerscircuit om voor een complexe duursport, waarvoor ik minder getalenteerd ben. Tot een jaar geleden had ik er zelfs niet aan gedacht om ‘finishen in een volledige triatlon’ op mijn bucketlist te plaatsen en, ongelooflijk, nu mag ik dit afvinken. Omdat ik een Harley-Davidson te protserig vind, en een veranda bouwen ook niet echt een optie was, stuurde mijn vijftigersgevoel mij richting triatlonsport. Mag mijn midlife nog even aanhouden?

 

RESULTATEN:  2017 Results Long Distance Almere AG 50-54

Atleet in de kijker: Robin pakt de jongerentrui in de Ronde van Luxemburg.

Sinds mijn 6 jaar ben ik al verzot op wielrennen. De fietsmicrobe blijft hangen, ik ben nu 15 jaar en doe het nog steeds even graag! Bij de miniemen en aspiranten won ik heel wat mooie wedstrijden, ik werd al 1x Belgisch kampioen cyclocross, 2x Belgisch kampioen tijdrijden, 1x west-vlaams kampioen cyclocross, 2x west-vlaams kampioen tijdrijden, 2x west-vlaams kampioen op de weg en nog 2x Vlaams kampioen tijdrijden. Ik slaagde erin al 106 overwinningen te behalen in mijn nog jonge carrière! Bij de miniemen en aspiranten ging ik eigenlijk amper trainen, maar dit jaar ben ik eerstejaars nieuweling en het werd dus stilaan tijd om het iets serieuzer aan te pakken. Vanaf dit seizoen werk ik samen met Matthias en train ik meer gestructureerd. Ik voel me hier goed bij, de benen voelen super en mijn prestaties zijn ook niet min. De afgelopen maanden ben ik amper uit de top 10 geweest! Ik heb al een 7-tal podium plaatsen en ben al 26 keer van de 33 in de top 10 beland. Dit jaar heb ik mezelf ook zien groeien, ik train graag en vind het zeer tof om zo’n mooie uitslagen te kunnen behalen. Enkel de overwinning laat nog wat op zich wachten. Ik krijg niet altijd steun in ontsnappingen of er wordt teveel naar elkaar gekeken. Het lukte nog niet om alles in de juiste plooi te laten vallen. Vorige week kreeg ik een mailtje van de bondscoach om deel te nemen aan de 3-daagse van Luxemburg samen met de nationale ploeg, dat vond ik geweldig en een mooie bevestiging dat ook anderen mijn constante prestaties weten te waarderen.


De eerste rit van de driedaagse was op een mooi parcours met een pittig klimmetje. Er werd stevig gereden en na 3 ronden hadden we een gemiddelde van 45km/h op de teller staan! Er werd regelmatig aangevallen, maar alles kwam steeds terug samen tot op het moment dat een klein groepje een lichte voorsprong nam waaronder 2 man van onze Belgische ploeg, dus hebben we goed afgestopt samen met de andere 3. Ik zat goed geplaatst voor de spurt, maar raakte nadien ingesloten en eindigde als 25ste van de 150.

De tweede rit: De zwaarste dag van de 3 met 1353 hoogtemeters! Ik voelde me zeer sterk, maar heb me in het begin rustig gehouden. Op 3 ronden van het einde reed ik naar een groepje dat voorop reed en uiteindelijk zijn we voorop kunnen blijven. Twee renners zijn nog weggereden uit de kopgroep, dus was het voor de 3e plaats te doen in de sprint. De laatste klim heb ik nog op kop gereden voor het jongerenklassement en uiteindelijk 8ste geworden in de 2de rit + leider in het jongerenklassement met 1min 29sec voor op de tweede in de stand.

De derde rit bestond uit een golvend parcours, de benen waren in het begin niet echt super, maar toch was ik even mee in de aanval, die later terug werd gegrepen. Mijn trui verder goed verdedigd, uiteindelijk waren er een 8-tal renners voorop, dus werd het nog een spurt voor een 9e plaats. De laatste bocht vallen ze net voor mij dus moest ik ontwijken en zo als 35ste over de meet gebold. Ik win het jongerenklassement met 1min 29sec voorsprong en werd 8ste op 150 renners in het algemeen klassement. Zeer leuk om dit te kunnen in een sterk internationaal deelnemersveld, zeker als eerstejaars nieuweling! Het gemotiveerd trainen en werken met Matthias werd beloond, hopelijk mag ik nog veel zo’n mooie uitslagen behalen en kan ik mijn lijn doortrekken volgend seizoen.

Robin Orins.

 

Atleet in de kijker: Wim behaalt goud op de Marmotte des Alpes!

De Marmotte des Alpes…

Ik ben een fervente wielertoerist van 49 jaar en had in het verleden al drie (!) keer de Marmotte des Alpes gereden. Deze staat bekend als “De zwaarste Granfondo ter wereld”. Nog nooit was het mij gelukt om goud te behalen in deze wedstrijd. Reeds 2x strandde ik met zilver aan de eindmeet, een derde maal moest ik opgeven wegens maagproblemen. Maar ik was vastbesloten om toch één keer in mijn carrière het doel te bereiken, goud halen was en bleef het hoofddoel.

Via mijn zoon, die nog competitie wielrennen gedaan heeft, kwam ik in contact met het pulso-preventielab. Deze mensen begeleiden sporters op alle niveaus en konden mij dus misschien helpen richting het doel waar ik al 3x naast gegrepen had. Na een afspraak gemaakt te hebben met Matthias Boetens mocht ik in februari al een eerste test gaan afleggen. De resultaten waren erbarmelijk vond ik zelf, er was nog een hele weg af te leggen gaf ook Matthias aan. Enkele dagen later kreeg ik mijn schema om te beginnen trainen, de voorbereiding voor goud was ingezet.

Ik wou het schema van Matthias zo goed mogelijk naleven, wat zeker niet evident is als men ook gaat werken. Ik ben vertegenwoordiger en zit dus meestal in mijn wagen, heb dan ook nog wat werk als ik thuis kom en moest hier dan ook nog mijn trainingen zien tussen te passen. Maar ik had me een doel gesteld en ik zou alles geven de komende maanden om dit doel te bereiken!

In het begin viel dit echt niet mee en ik heb dan ook ettelijke malen mijn rollen vervloekt. Maar naarmate de trainingen vorderden werd mijn conditie ook merkelijk beter. Ik lette ook steeds meer op mijn voeding en probeerde alcohol te mijden. In mei werd dan een tweede test, ter evaluatie van de vooruitgang, door Matthias afgenomen. Daaruit bleek dat de conditie al stukken beter was, maar om het goud te behalen moesten er toch nog enkele percentjes bij !!!

Ik bleef doortrainen tot de laatste dag en eindelijk was het dan zover… 02 Juli 2017. Nu of nooit… Want ik had me voorgenomen, wat het resultaat ook mocht zijn, om hierna nooit meer deel te nemen. Ik voelde me goed bij de start en op de tonen van Iron Maiden gingen we van start. Dit was toch wel een kippenvelmomentje.

Ik had op voorhand een schema gemaakt om te zien op welk tijdstip ik de cols moest bereiken om binnen de tijdslimiet van een gouden medaille te blijven. Na de eerste beklimming (Glandon) lag ik een minuutje voor op schema. Daarna volgde de Télégraphe en daar was mijn voorsprong al een half uur! Als ik dit maar kon volhouden… Ik voelde me nog steeds goed, maar nu volgden nog de Galibier en Alpe D’Huez, twee niet te onderschatten beklimmingen wist ik van de vorige jaren.

Op de top van de Galibier had ik mijn voorsprong echter uitgebouwd naar 45 minuten. Dit mocht niet meer mislopen, maar “ de man met de hamer “ kon toch nog ieder moment toeslaan natuurlijk. Maar het bleef echt goed draaien en aan de voet van Alpe D’Huez had ik zelfs 2 uur en 20 minuten om op tijd binnen te zijn!

Ik hield me Froomegewijs mooi aan de zones en heb de Alpe beklommen in 1 uur 20 min.

Zodoende had ik nog één uur over op de tijdslimiet die de grens vormde tussen goud en zilver, waar ik vroeger reeds mijn tanden op had stukgebeten. Toen ik dus na 7 uur 47 minuten de finish bereikte voelde ik me euforisch. Het gevoel dat je dan krijgt… echt kippenvel !

I  DID  IT! GOLD!

Ik heb zeker nog een uur op Alpe D’Huez rondgelopen als een fiere gieter met de gouden medaille rond mijn nek. Apetrots! Zonder Matthias en zijn trainingsschema was me dit zeker niet gelukt, veel dank daarvoor. Ook wil ik hierbij ook mijn vrouw echt bedanken voor de steun en het begrip dat ze ervoor over had om mij m’n droom te laten waarmaken .

Bedankt !!!

Wim Penninck

Atleet in de kijker: Nancy finisht Les Trois Ballons!

December 2016.

Op een gezellige avond op café met fietsvrienden besluiten we om samen een grote uitdaging aan te gaan, nl. Les 3 ballons in de Vogezen: 211km met 4400 HM. Allemaal vlug gezegd tussen pot en pint tot ik mij eens verder ging informeren wat les 3 Ballons eigenlijk werkelijk inhoudt. Amai, niet zomaar een zondagsritje. Ik als mountainbikester had nog nooit een rit boven de 120km gereden, zelfs niet met de racefiets. Er was dus nog heel wat werk aan de winkel voor mij, zonder hulp zou mij dat niet lukken. Via sportdokter Bruno Vanhecke ben ik bij Pulso-Preventielab terechtgekomen.

Op 4 februari heb ik een lactaattest afgelegd bij Pulso om te kijken hoe het met mijn conditie was gesteld. Die dag was ik erg zenuwachtig, net alsof ik een examen moest gaan afleggen en bang afwachten naar het resultaat. Bij de bespreking met Matthias over mijn behaalde resultaten bleek al vlug dat mijn basisconditie niet goed genoeg was. Als recreatieve fietser scoorde ik niet slecht, maar het doel dat ik wilde bereiken was van hoger niveau. Om ‘Les 3 ballons’ op een aangename manier af te leggen was er dus nog veel werk aan mijn conditie. Hij gaf mij trainingsadvies over hoe ik best tewerk ging. Ik moest leren fietsen op mijn vetreserves, d.w.z. dat ik vanaf nu heel vaak moest gaan fietsen op een rustiger tempo. De intensievere trainingen moest ik voorlopig vermijden. Al die zones en richtlijnen waren voor mij wereldvreemd. Matthias stelde een programma op voor 3 maanden zodat ik in detail wist wat ik elke dag moest doen om mijn conditie te verbeteren.

Op 13 februari ging ik van start. De eerste weken verliepen niet zo vlotjes, ik moest mijn hartslag en trapfrequentie in het oog houden en was dit totaal niet gewoon. Het voelde net alsof ik met de rem op fietste. Algauw kreeg ik ook het gevoel dat ik niet comfortabel zat op mijn fiets. Heb dan opnieuw contact opgenomen met Pulso voor een zadeldrukmeting en een fietsafstelling. Alphonse heeft mij daarbij perfect geholpen en heb verschillende zadels mogen uittesten tot ik de juiste had gevonden.

De tweede en de derde maand verliepen al heel wat vlotter. Ik kreeg al meer klimkrachttrainingen voorgeschoteld en mocht al eens wat harder gaan op training. Het jaagpad juist vlakbij de deur was ideaal om mijn bloktrainingen uit te voeren, geen verkeer waarbij ik de sprints zonder onderbreking kon afwerken. Kilometers en uren heb ik op het pad gereden. Voor de nuchtere duurtrainingen heb ik fietsrollen geleend van een vriend, want om 7u s morgens was het nog donker in de wintermaanden. Tijdens mijn trainingen moest ik ook heel veel aandacht schenken aan de voeding, want ook mijn suikers en vocht juist aanvullen zou heel belangrijk worden tijdens ‘Les 3 Ballons’. Een laatste test twee weken voor mijn vertrek naar de Vogezen, was ‘La Flèche de Wallonie’ proberen uit te rijden, 223km met 3300HM. Een reeks bekende Waalse hellingen zoals Stockeu en Wanneranval hebben mij de das omgedaan. Helemaal kapot, leeg en last van de brandende zon (28 graden) moest ik opgeven na 184km. Ik was enorm ontgoocheld in mij zelf en belde nog even met Matthias over hoe het verder moest. De week voor vertrek heb ik niet meer gesport en iedere dag probeerde ik vroeg te gaan slapen om de beentjes wat te sparen voor de ‘big day’. Met 2300 km in de benen vertrok ik naar de Vogezen.

10 juni, dag van de waarheid, de wedstrijddag.
Om 5.30u liep de wekker al af, tijd voor een stevig ontbijt. De weergoden waren ons goed gezind, een stralend zonnetje piepte tussen de wolken door. Tegen 7 uur stonden we al aan de start in Luxeuil-les-Bains. Bij het startschot was het als een bende op hol geslagen wilde paarden die vertrokken. Ik liet die bende aan mij voorbijrijden en liet me niet meeslepen.

De eerste echte beklimming kwam er na 70km, Ballon de Servance 14km lang , gemiddeld 4,8%, hoogtemeters 656, max 8.5%. Ik probeerde mijn hartslag rond de 160 te houden, vond een ideaal tempo en haspelde dit uiteindelijk af zonder probleem. Boven voelde ik dat ik nog genoeg reserves had. De kunst was om genoeg energie over te houden voor de rest van de dag. De afdalingen waren al even steil en zeker niet zonder gevaar. De tweede beklimming was Col d’Oderen, 7km lang, gemiddeld 5.9%. Deze nam ik terug rustig op mijn eigen tempo en genoot ik van de prachtige natuur. De koers vervolgde zich naar de 3de grote beklimming. De enige echte Grand Ballon, 16km lang, gemiddeld 6.2%,. Een uitdagende klim, de eerste helft tot in Marktstein was goed te doen, maar tijdens de laatste 6.5km kon je flink kapot gaan. Doseren, doseren en nogmaals doseren ging er door mijn hoofd en tussendoor bars eten en veel drinken. Na meer dan twee uren klimmen bereikte ik de top op 1325 meters hoogte. Ik voelde mij super als ik rond me keek, het panorama was adembenemend.

Na de Grand Ballon werd het finale luik aangevat. Col du Hundsruck, 8,4km, gemiddeld 4.1%: Hier begon ik mijn benen te voelen, vermoeidheid stak de kop en kreeg ik het moeilijk. Ik was genoodzaakt om 10 minuutjes te pauzeren in de schaduw en een extra gelletje met cafeïne op te nemen, dit gaf mij terug een boost om verder te gaan. De afdaling door het dal was de aanloop naar de Ballon d’Alsace. Ik zat me te sparen voor de klim van 11.8km die er nog zat aan te komen.

Onderweg naar de Ballon d’Alsace nog eventjes glimlachen naar de fotograaf en daarna weer door naar de top. Een mooie klim, weinig verkeer en lekker veel schaduw, de temperaturen liepen op tot 26 graden. Het leuke aan deze klim was, dat er na een steil stuk altijd een stukje vlak of zelfs een korte afdaling volgde. Ideaal om te recupereren .
Na 203km kwam nu, als klap op de vuurpijl, de gevreesde Planche des Belles Filles, 7km aan 8.4% met max 22%! Een buitengewoon onregelmatige en nare puist. Al van de eerste steile meters harkte ik mij een weg naar boven. Het was de eerste helling sinds de start dat ik echt in het rood ging. Eventjes moest ik stoppen om de beentjes een beetje te laten recupereren. Terug op de fiets want het einde was in zicht. De laatste 400 meters waren een hel, 22%, een echte kuitenbijter maar zigzaggend ging ik naar boven. Het was echt dood gaan, maar eenmaal boven was de ontlading van emoties niet meer te houden…tranen van geluk…vrienden stonden daar klaar om mij te feliciteren. Ik had het gehaald, de Granfondo uitgereden. Met een tijd van 13.01u gestrand op de 1778ste plaats, goed voor een bronzen brevet. Ik ben super trots op mezelf, een fantastische ervaring om nooit meer te vergeten. Dit alles met dank aan het team van Pulso-Preventielab.

Groetjes Nancy.

Atleet in de kijker: Marathonbelevenis Wim Lagae smaakt naar meer.

Linkeroever, zondag 23 april 2017, 8.45u.  In het aprilzonnetje verpoos ik nog even op de drempel van het REV Performance Center, vlak onder de gevelslogan: “Experience the REVolution”.  Wie van de REV kinesitherapeuten had mij enkele jaren geleden, toen ik van de ene loopblessure naar de andere sukkelde, een start in de DVV Antwerp marathon durven toedichten?

No stress.  Ik moet alleen mijn ‘stinkende’ best doen en treffelijk de finish halen.  Wat een mentale verademing vergeleken met mijn wonder(koers)jaren, toen mijn gemoed door concurrenten, windrichting, regenkans, vluchtheuvels en andere tactische toevallen beroerd werd. Toen ik twee jaar geleden de triatlonweg insloeg opende zich een nieuwe wereld. Bart van Pulso leerde mij slimmer, dus meestal trager, trainen met focus op blessurepreventie en een graduele verhoging van mijn sport- en loopbelastbaarheid. En 15 triatlonfinishes (foto) en 7 halve marathons later heb ik de métier van een gedoseerde wedstrijdopbouw en grammetjes koolhydratenopname per wedstrijduur beter onder de knie.

In de startbox stel ik vast dat ik niet de enige oudere diesel ben, die door de Antwerpse lage emissiezone zal toeren.  Ook ontwaar ik nog veel lopers met het masterplan om zo lang mogelijk de twee tempomakers met de 3u59m vlag te volgen. Volgens plan kan ik met lichte overschot rond de bovengrens van mijn extensieve zone de hazen volgen. In een groep van pakweg 300 lopers passeer ik kilometer tien aan 54m54s …  als 1.407ste van de 2.400 deelnemers.  Het eerste wedstrijduur leggen we 10,7km af.  Vanaf kilometer 16 nestel ik me meer voorin in de groep.  Al kost dit me meer energie dan me lief is, ik wil niet toegeven aan de verleiding om af te zakken in het loperpeloton.  In mijn hoofd tel ik af tot aan km 21: oud-studiegenoot en vriend Wim Vanderbeken – 6 marathons tussen 3u30m en 3u43m op zijn teller – wacht me daar op om me verder op de fiets te begeleiden.  Op het halve marathonpunt passeer ik opgelucht Wim en kom ik na 1u59m12s door … als 1.333ste.

De aanwezigheid van Wim zorgt voor wat afleiding.  Met tussenpauzes loop ik naast hem, reikt hij me drinkbus, gel of nougatreepjes aan. We houden elkaar goed in de gaten: Wim fietst meestal naast of net voor onze groep. Hij coacht me zuinig, kordaat en to the point. Tevens luister ik naar zijn spoedcursus citymarketing, van Boekenbergpark over Rivierenhof tot Park Spoor Noord.  Ik verbaas me over de diversiteit en uitgestrektheid van de Antwerpse metropool. Even gaan mijn gedachten uit naar burgemeester Bart De Wever die even achterop ook aan het zwoegen is – en uiteindelijk zal finishen in een respectabele 4u13m. Na exact 3u marathon passeer ik het 32km bord: euforie, een nieuw persoonlijk record! Maar al snel – te snel om er echt van te genieten –  relativeer ik die prestatie. Chapeau voor broer Bart die zijn vlugste marathon in 3u07m afwerkte. Triatleet en fietsderny Maarten Seghers dook zelfs in de Iron Man in Hawaii nipt onder de drie loopuren. Pfff …

Mijn aanvankelijke dagdroom om aan km 30-32 als een vrolijke hinde te demarreren uit het uitgedunde peloton heb ik moeten laten varen. Helaas overstegen mijn sportvoornemens opnieuw mijn realisaties. Mijn voetzolen branden elke kilometer harder en de kilometertijden op mijn Garmin (5m36 à 5m40s) spreken het gevoel van versnellende tempobeulen staalhard tegen. De tips van Wuyts en De Cauwer indachtig blijf ik mezelf verplichten om wat te eten en te blijven drinken. Ik wil binnen de 4u arriveren en moet daarom deze groep bijhouden.

Ik kijk nu telkens uit naar een volgend waterbevoorradingspunt, omdat de pacers daar een bekertje water mee graaien en even halt houden. Door mijn privé ravitaillering kan ik dan telkens een vijftigtal plaatsen opschuiven en van enkele tragere loopseconden genieten. Wim beklemtoont daar nogmaals dat na het Rivierenhof – en dat zou er nu toch al enkele kilometers aankomen – de finish in zicht zou zijn. We zijn nu de kaap van de 35km, mijn maximale trainingsafstand,  voorbij. Wat nu nog volgt, is dus een grote sprong in het onbekende. Tijdens de eindeloze Rivierenhof doorsteek tovert mijn ervaren buddy mijn finalebidon met Coca-Cola te voorschijn.  Na Park Spoor Noord doemt het MAS op. Ondanks de kasseistroken die mijn verbrande voetzolen geselen, staat mijn sportmoreel vanaf nu op zenit. Tussen kilometer 38 en 41 haal ik nog gemiddeld 11,1 km/u uit de kast (5m36s; 5m26s; 5m30s en 5m25s). De vlak geasfalteerde slotkilometer én de Scheldekaaien geven me vleugels: 5m08s (11,69km/u)! Over de blauwe loper van de laatste 195m haal ik de finish aan het stadhuis in 3u57m40s …. als 1.107ste. Dankzij mijn slotoffensief  realiseer ik, conform het loopsporthandboek, een negative split: met 1u58m28s is mijn tweede marathonhelft 44s vlugger dan de eerste.

Met een ‘opdracht volbracht’ gevoel wandel ik, stuk peperkoek in de hand en medaille om de nek, voorzichtig richting Groenplaats. Marathonsupporters verdringen er de dagjestoeristen. Na vier uren in the zone begint het te dagen dat het gewone leven verder is blijven tikken.  Een moeder met dochter durft mijn vriendelijk verzoek om even het thuisfront te informeren niet te weigeren. Ze luisteren geamuseerd mee naar een kinderstemmetje dat instant vraagt hoeveel kilometer ik nog moet lopen? In dezelfde adem schakelt Robin over naar zijn wilde plannen om straks naast boer Dirk in een Claas Arion tractor over de weidse Wase velden te denderen. Over passies valt nu eenmaal niet te discussiëren.

Op zaterdagochtend 6 mei sprint de Keniaan Eliud Kipchoge op het Formule 1-circuit in het Italiaanse Monza naar een tijd van 2.00.25 op de marathonafstand. Ter info: het marathonwereldrecord bedraagt 2.02.57. Media schamperen dat het kunstmatige Nike marketingproject – optimaliseer parcours, hazenwerk, middenzool schoen, brandstof, … en breek de marathonbetonmuur van 2u. – mislukt is.  Maar een mens heeft nu eenmaal zijn limieten. En die zijn mij niet onbekend…

Wim Lagae

Pulso-Preventielab atleet in de kijker: Felix finisht in de Houffalize XTrails.

Mijn laatste triatlon wedstrijd, de IM 70.3 in Vichy, van het seizoen 2016 was nog geen drie weken achter de rug en ik maakte al plannen om samen met vriend Kaz Verstraete deze winter deel te nemen aan enkele trailruns. Ik zou er twee doen ter voorbereiding om dan te eindigen met de Asics XTrails in Houffalize. Met dit plan ging ik naar m’n coach Matthias. Hij was bereid om me klaar te stomen, ook al had ik eigenlijk de opgelegde rust na Vichy niet 100% gevolgd. Over de voorbereiding kan ik maar weinig vertellen omdat deze vrij kort was, maar ik legde heel wat loopkilometers af!

Eind oktober stond de eerste trailrun van 21 km door het Zoniënwoud al voor de deur. Op het snelle en droge parcours ging het weliswaar uitstekend. Ik kwam er als 2de over de finish. Tussen de twee voorbereidingswedstrijden in deed ik de lactaattest lopen bij Pulso om nog beter in de specifieke zones te kunnen trainen richting mijn einddoel. Op 20 november startte ik in de Trail des Terrils van 23 km in Charleroi. Ook al zat de lactaattest nog wat in de benen, toch liep ik hier als 7de over de streep. Daarna volgden nog 3 weken tot het einddoel van deze winter. Na enkele telefoons met coach Matthias waarin hij me nog een aantal tips meegaf, was ik klaar om de strijd met de Ardennen aan te gaan. 

Sportevents schotelde een zeer interessante competitieformule naar voor. Aan de hand van 3 verschillende wedstrijden werd een totaalklassement opgemaakt. Zo stond er op zaterdagvoormiddag de Kamikazetrail van 4 km op het programma, in de late namiddag de Nighttrail des Coccinelles van 20 km en zondag de afsluitende Houffatrail van 25 km. 

In de Kamikazetrail ging het van bij de start meteen snoeihard! Iedereen wou als eerste het bos induiken om goed geplaatst te zitten. De trail had zijn naam niet gestolen, want er moest geklauterd worden op de hellingen om deze nadien weer naar beneden te glijden. In deze korte maar krachtige trail van 4 km met maar liefst 130 hoogtemeters finishte ik als 6de. Ik was hier toch wel redelijk diep moeten gaan om deze plek uit de brand te slepen. Maar zo heb ik het wel graag…

Later op de namiddag was er de Nighttrail des Coccinelles van 20 km. Na een nogal verwarrende start had ik het moeilijk om in mijn ritme te komen. Na een aantal kilometers kwam ik er echter door en kon ik mooi mijn eigen tempo lopen zonder veel naar andere lopers te kijken. Deze Nighttrail was een speciaal gegeven, want er was niet alleen een passage door de Ourthe, ja jawel je leest dit goed, door de Ourthe, maar bij deze wedstrijd was het verplicht om met een Petzl te lopen. Prachtig om in de verte al deze lichtjes te zien. Met een 15de plaats stond ik na twee wedstrijden nog net in de top 10 van het totaalklassement. 

In de nacht van zaterdag op zondag had het geregend in Houffalize, waardoor de trails er veel lastiger bijlagen dan voordien. Ook stond er veel vers bloed aan de start van de Houffatrail, lopers die de zaterdag niet hadden deelgenomen. Dit maakte het wel wat moeilijk om in te schatten hoeveelste ik liep voor het eindklassement. De frisse mannen zetten al meteen het gas open! Ik besloot om mijn eigen tempo te lopen want dit leek meer een overlevingstocht te gaan worden. Ik hield me aan het voedingsplan dat ik samen met Matthias had opgesteld. Veel van de klassementsmannen kregen het lastig. De twee wedstrijden van de voorbije dagen begonnen ook bij mij stevig door te wegen. Uiteindelijk kwam ik als 49ste over de streep en was het bang afwachten of ik alsnog in de top 10 zou eindigen voor het totaalklassement. Een drietal uren later stonden de resultaten op Chronorace.

BAM! Ik eindigde als 10de in het eindklassement!

Zeer tevreden met wat ik samen met Matthias en het hele Pulso team op een korte tijd heb kunnen realiseren! 

En dan nu een welverdiende (en vooral verplichte) rust!

Felix